VERBONDENHEID ....ZONDER ELKAAR IS IEDEREEN ALLEEN.....

Historie Suriname – Nederland

Bron: de overheid van de Republiek Suriname
De Republiek Suriname is ingedeeld in 10 districten:
– Marowijne, Para, Commewijne, Brokopondo, Sipaliwini, Wanica, Paramaribo, Saramacca, Coronie en Nickerie.

De hoofdstad van Suriname is Paramaribo.
Geografisch is Suriname gelegen op het Zuid-Amerikaans continent tussen haar buurlanden Guyana en Frans Guyana. Aan de zuidgrens grenst Suriname aan Brazilie. Door de ligging aan de kust, in het noorden, heeft Suriname directe verbindingen met het Caraibisch gebied via water- en luchtwegen.
De kaart van de Republiek Suriname ziet u hieronder.
Oppervlakte van Suriname:163.820 vierkante kilometer en van Nederland:41.528 vierkante kilometer


Wapen
Wapen van Republiek Suriname

Naast de Surinaamse vlag is ook ons wapen een belangrijk symbool die u vaak zult tegen komen op officiële nationale gelegenheden of gebouwen.
Een wapen dient zowel het verleden tot uiting te brengen als de toekomst te verwoorden. Daarnaast moet het zowel nationaal als internationaal begrijpelijk zijn en zich houden aan de geldende heraldische regels. Voor het wapen van Suriname geldt:

  • Naast het verleden, wordt ook het heden en de toekomst verbeeldt in ons wapen door de tweeen deling en het hartschild. Er is een verticale deling in twee gelijke helften toegepast, met midden op de deellijn zoals heraldisch gebruikelijk, een klein schild, dat om nader aan te geven redenen hier uitvormig mag zijn, in contrast met de ellips van het grote schild, waarop het zijn plaats heeft.
  • De rechterhelft (links voor degene die ernaar kijkt) wordt ‘de kant van het heden’ genoemd, gewijd aan het land dat wij bewonen, en waarvoor nauwelijks een beter en mooier symbool denkbaar is dan de koningspalm, staande op hoge aarde, in juist pendant met het zeilschip.
    Het ruitvormige hartschild dat een ster draagt, symboliseert op zijn beurt de toekomst, de hoop, ‘dat wat in de sterren geschreven staat’.
  • De koningspalm als symbool van het land, van de groei, van het heden is bijzonder zinvol, omdat de palm van oudsher het symbool is van de gerechte mens, de ‘vir justus’, die de ‘Justitia’ uit het devies beoefent, volgens de psalmvers ‘De gerechte zal opbloeien als een palm’.
  • De boom staat er dus ook voor de goede Surinamer. Zijn natuurlijke kleur is de enige samengestelde kleur die de heraldiek toelaat, samengesteld uit de symbolische kleuren van Afrika (blauw) en Azie (geel) tegen de zilverblanke achtergrond (Europa). Het rood van de Amerikaanse (Indiaanse) bevolkingscomponent vindt men terug in de kleur van de rode banderol, die onder het schild de drie woorden van het aloude devies draagt.
  • Op alle wapens die een hartschild hebben, treedt dit sterk naar voren, omdat het als het ware opgelegd is op het overige schild. Ondanks de relatieve kleinheid van het hartschild, vraagt dit door zijn centrale plaats de volle aandacht, en terecht: het is immers vooral de toekomst die ons voor ogen moet staan.
    De ster is het eeuwige: dat wat het verleden steeds was, wat nu nog is en altijd zal zijn. Een symbool van het goddelijke dat het al overstraalt. Daarnaast is het schip het dynamische, de palmboom het statische.
  • Zo is de toekomst, de (gouden) ster ons als een plicht opgelegd, maar tevens als een hoop, een verwachting en een vredessymbool
  • (de ster van Bethlehem, de leidster)
  • Vlag vanaf 1975 van Republiek Suriname

Over Suriname
Suriname is een rijk land. Niet alleen hebben we een schat aan natuurlijke hulpbronnen in onze bodem. We hebben ook een grote diversiteit aan mensen en culturen. De geschiedenis van Suriname heeft bijgedragen aan de kleurrijke mix die we onze samenleving vandaag de dag kunnen noemen. Ondanks alle verschillende invloeden is het voor de regering belangrijk dat we iedereen gelijk behandelen en de ontwikkelingen, of uitdagingen.
Historie
Suriname is een republiek met de president als staatshoofd. Op 25 november 1975 verwierf Suriname haar staatkundige onafhankelijkheid. Volgens historici voert de geschiedenis van Suriname terug naar duizenden jaren voor Christus toen de Indianen het gebied aan de Noordoostkust van Zuid-Amerika reeds bewoonden. Na veroveringen, de slavernijperiode, de onafhankelijkheid, de revolutieperiode, de binnenlandse oorlog en de periode van democratisch herstel bevindt Suriname zich nu in een fase van bloei en ontwikkeling.
Van verovering naar slavenarbeid
Nog voordat de Spanjaarden het gebied Suriname veroverden leefden er al Indianen in dit gebied. Na de verovering vestigden ook Engelsen, Fransen, en Hollanders zich in Suriname. De Engelsen stichtten suiker – en tabaksplantages. Uiteindelijk kwam Suriname, na de ruil met Nieuw Amsterdam (het huidige New York) in 1674 tussen de Hollanders en de Engelsen, formeel onder Nederlands bestuur. Suriname werd als kolonie Geëxploiteerd. De Nederlandse overheersing in de koloniale tijd wordt gekenmerkt door de slavenhandel. Om de plantage-economie in stand te houden werden er slaven uit bepaalde delen van Afrika gehaald. Slaven die wegliepen van de plantages vestigden zich in de bossen van Suriname en worden Maroons of Boslandcreolen genoemd. In 1863 werd de slavernij afgeschaft. De multi-etnische samenleving werd een feit toen in de jaren daarna steeds meer contractarbeiders uit Brits-Indië en Nederlands Indië naar Suriname kwamen.
Opkomst nationalisme
Nederland domineerde niet alleen economisch maar ook politiek. Zo was de Koningin van Nederland ook Koningin van Suriname. Suriname had aan het hoofd een Gouverneur en werd later ook onderdeel van de koloniale staten, een soort volksvertegenwoordiging. Na de tweede wereldoorlog kreeg Suriname meer zelfbestuur. De eerste politieke partijen werden langs etnische lijnen gevormd en vertegenwoordigden elk een bevolkingsgroep. In 1949 werden de eerste algemene verkiezingen gehouden. De grootste partijen waren de NPS (partij van de Creolen), de VHP (partij van de Hindustanen) en de KTPI (partij van de Javanen). In de jaren daarna ontstonden er ook kleinere partijen, veelal versnipperingen die ontstonden uit verschil van inzichten. In de jaren zestig begon de roep om onafhankelijkheid toe te nemen. Nationalistische denkbeelden kregen gestalte in de vorming van verschillende partijcombinaties. Vooral bij de creolen werd er samenwerking gesmeed. Politieke iconen als de heer Pengel, een NPS coryfee, en de heer Bruma, flankeerden het politieke strijdtoneel met hun opvattingen over autonomie en staatkundige onafhankelijkheid. Om de samenwerking tussen de twee grootste partijen te bevorderen sloot de heer Pengel, die later premier werd van Suriname, een politiek pact met de heer Lachmon, de leider en later zelfs de guru van de hindustaanse partij. De zogenaamde verbroederingspolitiek tussen de Creolen en de Hindustanen moest zorgen voor een stabiele democratie.
In de samenleving groeide het politiek bewustzijn en de machtsfactor van de bonden begon te blijken uit de verschillende stakingen van eindjaren ’60 en de beginjaren ’70.
De partijcombinatie NPK won de verkiezingen van 1973. De VHP echter behaalde niet genoeg zetels en zij claimden de politieke doorbraak te brengen en stelde de staatkundige onafhankelijkheid zelfs als noodzaak voor de sociaal-economische ontwikkeling en vooruitgang. De etnische politiekvoering was echter nog een struikelblok voor deze vooruitgang. De uitsluiting van een grote bevolkingsgroep, de Hindustanen, die niet vertegenwoordigd was in die regering kwam de eensgezindheid in het land en het streven naar volledige onafhankelijkheid niet ten goede. De tegenstellingen in politieke opvattingen over de onafhankelijkheid heeft het politieke spectrum in Suriname toen al en jaren daarna nog beheerst Het moment waarop de onafhankelijkheid van Suriname een feit zou moeten zijn, vormde de inzet van de politieke machtstrijd tussen de twee grootste bevolkingsgroepen.
Onafhankelijkheid
De leider van de Hindustaanse partij de heer Lachmon was een voorstander van geleidelijkheid terwijl de leider van de NPS, de heer Arron, de onafhankelijkheid onherroepelijk verklaarde. Als gevolg heerste er vrees voor raciale spanningen en er kwam een uitstroom van Surinamers naar Nederland op gang die de verdeeldheid onder de Surinamers nog groter maakte en de beloofde natievorming ernstig schaadde. Op 25 november 1975 was de onafhankelijkheid een feit. Er was vreugde maar er was ook angst. Voor het onafhankelijke Suriname braken roerige tijden aan. De verdeeldheid tekende zich de jaren daarna nog sterker af in kwesties als de nationaliteit van Surinaamse burgers. Maar ook de relatie met Nederland, de grenskwestie, defensieaangelegenheden, de herstelbetalingen en de luchtvaartbetrekkingen waren vaak inzet voor verhitte debatten. Daarbij ontstonden er bij de regeercoalitie van de nationalisten interne conflicten. Regeren was bijna onmogelijk, er was een spanningsveld tussen coalitie en oppositie en het parlementaire werk kwam stil te liggen. Corruptie vierde hoogtij en binnen de samenleving heerste er veel onrust en ontevredenheid.
Militaire coup
Op 25 februari 1980 pleegden de militairen een staatsgreep onder leiding van de huidige president van de Republiek Suriname. Deze dag gaat de geschiedenis in als de Dag van de Revolutie. Een omwenteling in het denken over zelfstandigheid en ontwikkeling en de vorming van één natie deed zijn intrede.
Onder de bevolking was er weer hoop op de aanpak van corruptie en een vorm van enthousiasme was merkbaar binnen de samenleving. Er werd naast een Nationale Militaire Raad (NMR) ook een burgerregering geïnstalleerd. Om de rust, orde, arbeidsethos en discipline te handhaven werden er volksmilities opgericht. Maar ook binnen het leger ontstonden er ideologische conflicten. In de samenleving groeide de weerstand tegen het militair gezag en namen de complotten tegen het gezag toe wat resulteerde in een aantal tegencoups met als dieptepunt 8 december 1982 waarbij in Fort Zeelandia vijftien tegenstanders van het beleid de dood vonden.
Hoewel de rol van Nederland in het onafhankelijk Suriname niet onbevlekt is gebleven, schortte Nederland het verdrag over de ontwikkelingssamenwerking onmiddellijk eenzijdig op. Suriname heeft de jaren daarna zonder gelden uit Nederland de ontwikkeling, gebaseerd op eigen kunnen, in gang gezet. Hoewel de bevolking de broekriem aardig moest aantrekken was er een vorm van stabiliteit en er werden Surinaamse verschillende industrieën opgezet. Staatsolie is een van de vlaggenschepen die werd opgezet.
Binnenlandse oorlog
De productie kwam langzaam op gang. Industriebedrijven zoals het Patamacca Oliepalmbedrijf was een groot voorbeeld. Het gevoel van WES (wi egi sani) groeide. Deze ontwikkeling werd verstoord door het verzet die deze keer vanuit het binnenland kwam. Militaire doelen waren het mikpunt en een periode van een bloedige strijd brak aan. De binnenlandse oorlog die begon in 1986 met het Jungle Commando als tegenstander van de militairen heeft veel verwoestingen aangericht, maar ook de politieke verdeeldheid onder de bevolking was manifest. Deze oorlog heeft zes jaar geduurd.
1987-1996
In 1987 werd een nieuwe grondwet aangenomen en werden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven. De regeerperiode onder leiding van de heer Shankar vanaf 1988 was van korte duur. Middels een zogenaamde telefooncoup is deze regering naar huis gestuurd en werden er in 1991 nieuwe verkiezingen uitgeschreven. De meerderheid van de zetels werd binnengehaald door Nieuw Front, de combinatie van de etnische politieke partijen (NPS, VHP, KTPI) en de SPA, de Surinaamse partij van de arbeid. Ronald Venetiaan werd de nieuwe president van Suriname. In die periode zijn de banden met Nederland aangehaald en kwam er een zogenaamd Raamverdrag met onder andere als doel het land uit de economische malaise te halen.
Ondanks het herstel van de democratie en de hervormingen met de hulp vanuit Nederland bleef de ontwikkeling uit. Er volgde verkiezingen in 1996 waarbij het Nieuw Front in de meerderheid was met 24 zetels. De presidentsverkiezingen werden echter gewonnen door Jules Wijdenbosch, die kandidaat was voor de NDP.
Regering Wijdenbosch
De regering Wijdenbosch staat erom bekend verantwoordelijk te zijn voor de ontsluiting van Paramaribo met de districten door de bouw van twee grote bruggen. Ondanks de langzame vooruitgang werd er binnen de samenleving veel kritiek geuit op de regering. De roep om af te treden werd door maatschappelijke groeperingen versterkt. Het gestructureerd samenwerkingsverband werd aangegaan tussen de oppositie, de arbeidsbeweging, de industriële sector, en andere sociale groeperingen. Het uiteindelijk doel was om de regering naar huis te sturen. President Wijdenbosch besloot zelf af te treden en in 2000 werden er vervroegde verkiezingen gehouden.
Regering Venetiaan
De periode hierna heeft zich gekenmerkt door een aaneenschakeling van politieke strijd tussen Nieuw Front (NPS, VHP, Pertjajah Luhur, SPA) en de grootste oppositiepartij de NDP. Ook de partijen die grotendeels het binnenland van Suriname vertegenwoordigen betraden zichtbaar de politieke arena. Het Nieuw Front, met Ronald Venetiaan als president heeft als combinatie twee termijnen achterelkaar aangezeten (2000-2005 en 2005-2010).
De zogenaamde rust die men wilde was er. Ook de beloofde stabiliteit keerde terug. De Surinaamse gulden werd vervangen door de Surinaamse dollar. De samenleving werd echter kritischer, en het begrip partijloyalisten heeft menig politiek debat gefrustreerd. De verdeeldheid onder de etnische partijen was des te groter. Dit had zijn weerga in het overheidsapparaat waar politieke partijen de verschillende overheidsdiensten beheersten. Begrippen als patronagepolitiek en ‘zeven even’ ambtenaren werd op menig politiek podium in de strijd gegooid om het misnoegen kenbaar te maken. Het gevoel heerste dat de volgelingen van de nationalisten van de jaren ’60 -’70 nagelaten hebben om aan de beloofde eenheid invulling te geven. Bovendien verliep de relatie met Nederland weer moeizaam door het verschil van inzicht over de besteding van de financiële verdragsmiddelen. Het rapport ‘Een belaste relatie’ kwam bovendien uit en zorgde voor een nog moeilijkere relatie. Hoewel de regering Venetiaan garant stond voor onder andere de monetaire stabiliteit en herstel van betrekkingen met het buitenland werd zij verweten niets te doen aan de interne investeringen in bijvoorbeeld de productiesector, waardoor Suriname zichzelf kon ontwikkelen.
Verkiezingen 2010
Bij de verkiezingen van 2010 ging de winst naar de Mega Combinatie die een sterke focus heeft op het vormen van één natie en eigen ontwikkeling. De democratisch gekozen huidige President van de Republiek Suriname, Zijne Excellentie de heer Desiré Delano Bouterse, werd met een tweederde meerderheid gekozen. Op 12 augustus 2010 vond de inauguratie plaats van president Bouterse en vicepresident Ameerali.


Algemene Feiten
Hieronder volgen enkele algemene feiten over de talen die we spreken in Suriname, de godsdiensten die naast elkaar bestaan en globale economische gegevens.
Taal
Het Nederlands geldt als officiële voertaal in Suriname. Het Sranan Tongo (oftewel Surinaams) is de tweede taal. Daarnaast bestaat ook het Sarnami (Surinaams Hindustaans) als veel voorkomende taal.
Andere talen die veel gesproken worden, zijn het Javaans, Chinees, en de verschillende Marrontalen, zoals het Saramaccaans en het Aukaans.
Godsdiensten
De multi-etnische samenleving brengt met zich mee dat er verschillende godsdiensten en religiën bestaan. Zo kom je verschillende soorten religieuze gebouwen tegen zoals kathedralen, moskeeën, synagoges en tempels. Naast het Christendom als meest beleden godsdienst kent Suriname ook het Hinduisme, de Islam, en andere traditionele religies als het winti-geloof. De verdeling ziet er ongeveer zo uit:

  • 40,7% christendom
  • 19,9% hindoeïsme
  • 13,5% islam
  • 5,8% traditionele en andere religies
  • 4,4% geen godsdienst
  • 15,7% geen gegevens

Economie
De dienstverlenende sector biedt de meeste werkgelegenheid. De overheid heeft een behoorlijk aandeel in de dienstensector als grootste werkgever. Het grootste deel van de actieve beroepsbevolking is namelijk werkzaam als ambtenaar bij de overheid of een semi-overheidsinstelling.
Verder is men werkzaam in sectoren als de handel, mijnbouw, landbouw of industrie. De inkomsten uit de mijnbouwsector dragen voor een belangrijk deel bij aan de Surinaamse economie. Denk aan de exportopbrengsten uit bauxiet, aardolie, goud en derivaten. Enkele producten van Surinaamse staatsbedrijven zijn: aardolie, gas, bacoven, elektriciteit, water en telecommunicatie.
De economische bedrijvigheid onder de particuliere lokale bedrijven is vooral gericht op handel en dienstverlening en minder op industrie. Een paar belangrijke handelspartners van Suriname zijn: de Verenigde Staten van Amerika, Nederland, België, China, Japan, Frankrijk, Noorwegen, Trinidad and Tobago
De munteenheid van Suriname is de SRD, de Surinaamse dollar.


Demografie
Met een oppervlakte van 163.820 km en een inwonersaantal van ruim 492.000 is Suriname allesbehalve dichtbevolkt. De Republiek Suriname ligt aan de Noordoostkust van Zuid-Amerika, met in het noorden de Atlantische oceaan en de buurlanden Brazilië in het zuiden, Frans Guyana in het oosten en Guyana in het westen. Het grootste deel van de bevolking woont in het kustgebied. Kenmerkend voor de Surinaamse demografie is de etnische verscheidenheid.


Bevolkingssamenstelling

De multiculturele samenleving is een harmonieus geheel van verschillende bevolkingsgroepen en culturen. Naast de oorspronkelijke bewoners, de Indianen (Inheemsen)Â wonen er Hindustanen, Creolen, Marrons, Javanen en Chinezen. Daarnaast zijn er ook Boeroe’s, Guyanezen, en Brazilianen. De Hindustanen vormen de grootste bevolkingsgroep. De multiculturele verdeling is als volgt volgens de laatste census uit 2004.

Hindustanen Creolen Marrons Javanen Gemengde afkomst Andere groepen Geen gegevens
27.4% 17,7% 14.7% 14.6% 12.5% 6,5% 6.6%

Leeftijdsopbouw
Suriname heeft een vrij jonge bevolking. De gemiddelde levensverwachting is 74 jaar. Vrouwen hebben over het algemeen een hogere levensverwachting.
Bij de laatst gehouden census (2004) bestond het percentage mannen uit 50,3 % en het percentage vrouwen uit 49.7 %. Het grootste gedeelte van de bevolking is woonachtig in de districten Paramaribo en Wanica.

Leeftijd Aantal % Mannen Vrouwen
0-14 jaar 26.4 % 66.440 63.469
15-64 jaar 67.3 % 164.739 166.139
> 65 jaar 6.3 % 13.300 17.902

 


Volkslied
Suriname’s volkslied bestaat uit verschillende coupletten. Het eerste couplet in de Nederlandse taal. Vaak wordt na het eerste couplet ook het tweede couplet, in het Sranantongo, gezongen.

Volkslied
God zij met ons Suriname.
Hij verheff’ ons heerlijk land.
Hoe wij hier ook samen kwamen,
aan zijn grond zijn wij verpand.
Werkend houden w’in gedachten
recht en waarheid maken vrij.
Al wat goed is te betrachten
dat geeft aan ons land waardij.
Opo kondre man oen opo
Sranan gron e kari oen.
Wans ope tata komopo
wi mu seti kondre boen.
Stre def’ stre, wi no sa frede
Gado de wi fesi man.
Heri libi te na dede,
wi sa feti gi Sranan.

notenschema_volkslied

 


Nationale Vrije Dagen

2011 2012 2013 2014 2015
Nieuwjaar Za. 1 jan Zo. 1 jan Di. 1 jan Wo. 1 jan Do. 1 jan
Dag van de Revolutie Vr. 25 feb Za. 25 feb Ma. 25 feb Di. 25 feb Wo. 25 feb
Holi Zo. 22 mrt Do. 8 mrt Wo. 27 mrt Ma. 17 mrt Vr. 6 mrt
Goede Vrijdag Vr. 22 apr Vr. 6 apr Vr. 29 mrt Vr. 18 apr Vr. 3 apr
1e Pasen
2e Pasen
Zo. 24 apr
Ma. 25 apr
Zo. 8 apr
Ma. 9 apr
Zo. 31 mrt
Ma. 1 apr
Zo. 20 apr
Ma. 21 apr
Zo. 5 apr
Ma. 6 apr
Dag van de Arbeid Zo. 1 mei Di. 1 mei Wo. 1 mei Do. 1 mei Vr. 1 mei
Dag der Vrijheden Vr. 1 jul Zo. 1 jul Ma. 1 jul Di. 1 jul Wo. 1 jul
Dag der Inheemsen Di. 9 aug Do. 9 aug Vr. 9 aug Za. 9 aug Zo. 9 aug
Ied-Ul-Fitr Wo. 31 aug Zo. 19 aug Vr. 9 aug Ma. 28 jul Vr. 17 jul
Dag van de Marrons Ma. 10 okt Wo. 10 okt Do. 10 okt Vr. 10 okt Za. 10 okt
Divali Wo. 26 okt Di. 13 nov Zo. 23 nov Do. 23 okt Wo. 11 nov
Ied-Ul-Adha Zo. 6 nov Vr. 26 okt Di. 15 okt Zo. 5 okt Wo. 23 sep
Onafhankelijkheidsdag Vr. 25 nov Zo. 25 nov Ma. 25 nov Di. 25 nov Wo. 25 nov
1e Kerstdag
2e Kerstdag
Zo. 25 dec
Ma. 26 dec
Di. 25 dec
Wo. 26 dec
Wo .25 dec
Do. 26 dec
Do. 25 dec
Vr. 26 dec
Vr. 25 dec
Za. 26 dec


Noot

In verband met herdenking 140 jaar Hindostaanse Immigratie is in 2013 woensdag 5 juni eenmalig uitgeroepen tot nationale vrije dag.

 


Internationale Samenwerking
De regering Bouterse-Ameerali benadrukt dat zij over de grens heen wil kijken naar samenwerkingen, zodat Suriname kan groeien. De regering is dan ook actief aanwezig in enkele internationale samenwerkingsverbanden, zoals onderstaande:

Caricom Mercosur Unasur VN OAS
caricom logo_mercosur3 logo_unasur logo_vn logo_oas

Suriname in internationaal verband

  • Van december 2010 – november 2011 was Suriname, voor de periode van 1 jaar, voorzitter van het OAS Drugsbestrijdingsinstituut CICAD.
  • Vanaf januari 2012 zal Suriname, in de persoon van president Desiré Delano Bouterse, zes maanden lang voorzitter zijn van CARICOM.
  • In 2013 zal Suriname, in de persoon van president Desiré Delano Bouterse, voorzitter worden van UNASUR.

Kabinet van de President van de Republiek Suriname


Historie voorgaande presidenten van de Republiek Suriname
Sinds 1975 heeft Suriname officieel Staatkundig Onafhankelijk. Op 25 november 1975 is de Republiek Suriname voor het eerst officieel bekrachtigd en werd Johan Ferrier de 1e president in onze geschiedenis. Op 12 augustus 2010 is de huidige president, Desirä © Delano Bouterse, aangetreden als negende president van de Republiek Suriname.

Voorgangers in het ambt van President van de Republiek Suriname zijn:

Naam Ambtsperiode Partij
J.H.E. Ferrier 25 november 1975 – 13 augustus 1980
H.R. Chin A Sen 15 augustus 1980 – 4 februari 1982 PNR
L.F. Ramdat Misier 8 februari 1982 – 25 januari 1988
R. Shankar 25 januari 1988 – 24 december 1990 VHP
J.S.P. Kraag 29 december 1990 – 16 september 1991 NPS
R.R. Venetiaan 16 september 1991 – 15 september 1996 NF / NPS
J.A. Wijdenbosch 15 september 1996 – 12 augustus 2000 NDP
R.R. Venetiaan 12 augustus 2000 – 12 augustus 2010 NF / NPS
D.D. Bouterse 12 augustus 2010 – heden MC / NDP

Afkortingen

  • PNR = Partij Nationalistische Republiek
  • VHP = Vooruitstrevende Hervormings Partij
  • NPS = Nationale Partij Suriname
  • NF = Nieuw Front (coalitie van onder andere VHP en NPS)
  • NDP = Nationale Democratische Partij
  • MC = Megacombinatie

In 1593 werd Suriname door de Spanjaarden in bezit genomen, maar al snel weer verlaten. Ook Nederlanders stichtten er een vestiging, die echter evenmin stand hield. Na 1650 vestigde een groep Engelse kolonisten uit Barbados zich met succes aan de Surinamerivier. In 1667 telde hun kolonie 175 plantages en ruim 4000 kolonisten en slaven.

In 1667 veroverden de Zeeuwen onder leiding van Abraham Crijnssen Suriname en na de Vrede van Breda konden zij Suriname in bezit houden. In 1682 droeg de provincie Zeeland de kolonie over aan de West-Indische Compagnie (WIC), die een aparte naamloze vennootschap stichtte. Eenderde van de aandelen kwam in handen van de WIC, eenderde van de stad Amsterdam en eenderde van de familie Van Aerssen van Sommelsdijk.
Cornelis van Aerssen, werd de eerste gouverneur van Suriname. Hij zette zich in voor de vergroting van het aantal plantages. Door oorlog te voeren tegen de Indianen en de weggelopen slaven maakte hij Suriname aantrekkelijk voor Europese investeerders. Alle opvolgers van Van Aerssen zetten deze politiek ten gunste van de plantagelandbouw voort.
De Surinaamse koffie en suiker werden op de Nederlandse markt verkocht. Nederlandse beleggers hebben tussen1751 en 1773 meer dan 60 miljoen in Suriname geïnvesteerd. In 1773 maakte een crisis op de Amsterdamse beurs een plotseling einde aan de kapitaaltoevoer naar Suriname. Veel planters hadden te veel geleend en konden de rentebetalingen en de aflossing niet voldoen en waren verplicht hun plantages te verkopen aan de geldschieters in Nederland. Voor de slaven was deze verandering van weinig betekenis. Zij bleven gedwongen om hun arbeid ter beschikking van de plantages te stellen. Hun aantal werd rond 1800 op 50.000 geschat.
Na de verovering van Suriname door de Engelsen in 1799 werd in 1806 de aanvoer van slaven uit Afrika verboden. Door deze maatregel kon het sterfteoverschot onder de slaven niet langer door nieuwe aanvoer gecompenseerd worden. Doordat tweederde van de aangevoerde slaven mannen waren nam het aantal slaven langzaam af. Tevens liep een deel van de slaven weg en deze weglopers vormden aparte gemeenschappen, die de koloniale regering niet kon vernietigen en waarmee zij vredesverdragen afsloot om de plantages voor verdere aanvallen te vrijwaren. Deze voormalige slaven kregen de naam bosnegers.
In 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft en in 1873 werden de ex-plantageslaven echt vrij. In dat jaar verviel hun verplichting om jaarlijks een arbeidscontract met een plantage-eigenaar af te sluiten. Om het tekort aan arbeidskrachten op te vangen werden vele plantages samengevoegd. In 1862 telde Suriname 216 plantages, in 1913 nog 79. De totale opbrengst aan suiker bleef overigens door de eeuwen heen vrijwel constant, wel verdwenen de koffie, de cacao en de katoen.
Hoewel deze vorm van landbouw steeds minder economische betekenis kreeg, bleef de koloniale politiek gericht op de bevordering van deze sector. De overheid voerde ruim 30.000 Brits-Indiers naar Suriname en ruim 33.000 Javanen, die zich voor hun verscheping hadden verplicht voor de duur van vijf jaar op de plantages te werken, waarna ze naar huis konden terugkeren. In 1916 kwam aan de invoer van Brits-Indiers een einde door nationalistische oppositie in India tegen deze vorm van arbeidsmigratie. Aan de aanvoer uit Java kwam een einde door de achteruitgang van de plantages. Ongeveer tweederde van de Indiase en Javaanse contractarbeiders keerde overigens niet naar huis terug, maar vestigden zich in de kolonie, nadat de koloniale overheid na 1890 het bezit van kleine percelen voor de voedsellandbouw begon te bevorderen.
Buiten de plantagelandbouw waren er maar weinig economische alternatieven. De vondst van goud zorgde voor werk voor een deel van de voormalige slaven., terwijl de groei van het overheidsapparaat eveneens een aantal arbeidsplaatsen schiep. Van een industriële ontwikkeling in Suriname was maar beperkt sprake. Rond 1970 verdiende 23% van de beroepsbevolking zijn brood in de landbouw, 15% in de industrie en 40% in de dienstensector (overheid, ambachten).
De sociale structuur van Suriname werd in sterke mate beïnvloed door het gebrek aan contacten tussen de verschillende bevolkingsgroepen. De slavenemancipatie van 1863 had tot gevolg, dat een groot deel van de oorspronkelijk uit Afrika afkomstige bevolking de plantagelandbouw de rug toekeerde en zich richtte op werk in de bos- en mijnbouw en in de dienstensector. Hun plaats in de landbouw werd ingenomen door de Hindoestanen en de Javanen. Aan de top bevonden zich de blanke plantagehouders en de uit Nederland afkomstige bestuursambtenaren. De kleine creoolse middenstand voelde zich met de blanke bovenlaag verbonden.
De sociale machtsverhoudingen werden weerspiegeld in de Staten van Suriname, die in 1866 werden ingesteld. De leden van de Staten van Suriname werden tot 1901 benoemd door de gouverneur, daarna werden zij gekozen volgens het censuskiesrecht. In 1948 werd het algemeen kiesrecht ingevoerd.
Na de oorlog werd Suriname een ruime mate van zelfbestuur verleend. In het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (1954) werd de positie van Suriname en de Nederlandse Antillen geregeld. Sedertdien werd door de politieke partijen een lossere band met het Koninkrijk nagestreefd. Delen van de voornamelijk onder de creoolse bevolkingsgroep aanhangers tellende Nationale Partij Suriname (NPS) en de Partij Nationalistische Republiek (PNR) streefden naar zelfstandigheid op korte termijn. De door Lachmon geleide Hindoestaanse Vatan Hitkari Partij (VHP) wenste nog een band met Nederland.
Onder premier Pengel (Foto rechts) en zijn opvolger J. Sedney nam het verzet tegen de slechte sociaal-economische situatie toe. Zo waren er stakingen bij het onderwijs (die tot de val van Pengel leidden) en bij de Suriname Aluminium Company (Suralco), terwijl begin 1973 een algemene staking plaatsvond. Bij parlementsverkiezingen in 1973 wist de Nationale Partij-kombinatie (NPK) de overwinning te behalen. Arron, voorzitter van de NPS en de NPK, vormde een nieuwe regering, die aankondigde het land voor eind 1975 onafhankelijk te willen maken. In oktober 1975 werd in het Nederlandse parlement een wet tot wijziging van het Koninkrijksstatuut aanvaard. In Suriname bereikten premier Arron en oppositieleider Lachmon, die zich tot dan toe zeer had verzet tegen onafhankelijkheid, overeenstemming over de Grondwet, die daarna werd aangenomen.
Op 25 november 1975 werd de onafhankelijkheid van Suriname een feit. Ferrier, tot dan toe gouverneur, werd de eerste president. Premier Arron bleef leider van een NPK-kabinet. Na de eerste parlementsverkiezingen in het zelfstandige Suriname in oktober 1977, die door de NPK werden gewonnen, vormde Arron opnieuw een regering. In februari 1980 kwam een oud conflict tussen regering en beroepsmilitairen over de oprichting van een vakbond tot uitbarsting, wat uitliep op een militaire staatsgreep (25 februari1980). De burgerregering verdween en een aantal van de opstandige militairen, ondermeer Sital en Desi Bouterse, vormde een Nationale Militaire Raad (NMR), die verklaarde de macht overgenomen te hebben. Zij kondigden aan dat zij de corruptie willen beëindigen en belangrijke hervormingen willen invoeren. President Ferrier was aanvankelijk bereid de staatsgreep min of meer te legaliseren op voorwaarde dat er een burgerregering zou komen. Deze werd half maart gevormd en geplaatst onder leiding van Chin A Sen, een vooraanstaand lid van de PNR. Half mei aanvaardde het parlement een machtigingswet, die de regering verstrekkende bevoegdheden gaf en de rol van de volksvertegenwoordiging sterk verminderde. In de volgende jaren kende Suriname regeringen van verschillende signatuur. Wel hadden de militairen onder leiding van Desi Bouterse ( ‘Bevel’) het laatste woord. Een dieptepunt vormden de decembermoorden van 1982, waarbij vijftien prominente oppositieleden door de militairen werden geëxecuteerd.
Door de politieke onvrijheid, de almaar verslechterende economische situatie en het ontstaan van een guerrilla onder leiding van Ronnie Brunswijk in de binnenlanden slonk de populariteit van Desi Bouterse. Uiteindelijk zagen de militairen zich gedwongen met de oude politieke partijen in overleg te treden. Dit leidde tot het referendum en de verkiezingen van 1987, die de oude partijen weer in het kabinet brachten. De president, R. Shankar, werd de belangrijkste man in het land. De militairen behielden echter, ondanks hun zware nederlaag tijdens de verkiezingen, achter de schermen grote macht.
Vanaf 1987 kwam het overleg met Nederland over het hervatten van de ontwikkelingshulp weer op gang. Maar in 1990 werd de inmiddels hervatte hulp opgeschort na een nieuwe staatsgreep, door militairen op kerstavond. In de daarna uitgeschreven verkiezingen kwamen de oude partijen, verenigd in het Nieuw Front, als grootste partij naar voren.
Ronald Venetiaan werd in september 1991 als opvolger van interim-president J. Kraag tot president gekozen en vormde met leden van Nieuw Front een regering die een grotere toenadering tot Nederland zocht. In juni 1992 tekenden Nederland en Suriname een vriendschapsverdrag. Hiermee kwam ook een protocol tot stand over de besteding van de 1, 3 miljard gulden die Suriname nog krachtens een verdrag uit 1975 van Nederland te goed had. Beide staten spraken af vooral de georganiseerde grensoverschrijdende misdaad aan te pakken.
In 1994 was er grote sociale onrust vanwege de uit de hand lopende inflatie (meer dan 300% op jaarbasis), die vooral de salarissen van overheidspersoneel uitholde. De economische situatie was zo chaotisch dat het land op de been moest worden gehouden met geld en voedselpakketten uit Nederland.
Nieuwe hulptoezeggingen van Nederland en een vergelijk met Den Haag bleven uit, omdat Suriname het IMF en de Wereldbank niet wilde accepteren als toezichthouder op zijn herstelprogramma. Ook 1995 stond in het teken van de moeizame pogingen van de regering om te komen tot een economisch saneringsprogramma.
Bij de parlementsverkiezingen van mei 1996 verloor het Nieuwe Front (NF), een coalitieverband van vier partijen en raakte het de meerderheid in het parlement kwijt. De NPD van Desi Bouterse was een van de grote overwinnaars. Het was evenwel aan het uiteenvallen van de NF-coalitie te danken dat Jules Wijdenbosch bij de presidentsverkiezingen van september oud-president Ronald Venetiaan kon verslaan. Dit laatste tot grote teleurstelling van de Nederlandse regering en het parlement, die vreesden dat Bouterse zich achter de schermen de ware machthebber zou tonen.
Op het gebied van de drugshandel behield Suriname zijn slechte naam. Met name de cocaïnehandel speelde een belangrijke rol bij het slechte prestige van Suriname. Bouterse zal in een strafproces voor de Nederlandse rechtbank misschien veroordeeld worden. Het is nog onduidelijk of hij ook daadwerkelijk zal verschijnen.
Overgangsregelingen
Suriname kende drie korte periodes van een overgangsregeling onder leiding van de Militaire Raad. In de periodes van 13 tot 15 augustus 1980 en van 4 tot 8 februari 1982 was dit onder leiding van Desiré Delano Bouterse. En van 24 tot 29 december 1990 onder leiding van Ivan Graanoogst.

Volks lied van Suriname     

Reacties zijn afgesloten.

↓