VERBONDENHEID ....ZONDER ELKAAR IS IEDEREEN ALLEEN.....

Cultuur

Over tirbani
Reunie-Familie-Ramautar-18-09-2010-323 K

 

Bisnoe
Vraag: Mijn Pandith vraagt een geldelijke vergoeding voor zijn uit te voeren Spiritueel.Mag mijn pandith dit eisen?
Antwoord: U bent vanuit Spiritueel oogpunt verplicht een vergoeding te schenken(dakshina) in de vorm van een gift(dakshina). Hoeveel U wilt schenken de hoogte van het bedrag staat nergens vast en mag ook een Pandith dus ook niet eisen.Wel de reiskosten en ook de bijkomende kosten van een Pandith te vergoeden b.v. wanneer de Pandith op uw verzoek artikelen meeneemt.

Vraag: Pandith vraagt contant geld te betalen.
Antwoord: Als U een afspraak hebt gemaakt over het uit te voeren ritueel.Wij raden U vooraf aan de afspraken schriftelijk te maken en bij grote geldbedragen NOOIT contant te betalen.DE Pandith zal van U een contante betaling verlangen. Dakshina hoeft overigens niet per se geld te zijn

De enige echte waarheden van SHRI BHAGAVAD GITA
Veel succes & Wijsheden

Wat zijn de kenmerken van het Hindoeïsme ?
Antwoord: Het Hindoeïsme heeft vele kenmerken. Een aantal zijn:

– Het heeft geen stichter (in tegenstelling tot andere religies)
– Het staat open voor een ieder en accepteert een ieder, of ze het Hindoeïsme nu aanhangen of niet (bekering bestaat niet). Hier wordt niet gesproken over onderscheid in geslacht, sekte, religie, klasse, kaste, afkomst en dergelijke; er wordt gesproken van één religie. Gelijkheid is een zeer belangrijk aspect binnen het Hindoeïsme, ofwel geen discriminatie. God maakt geen verschillen tussen mensen; het zijn de mensen die de verschillen maken. “Jaat paat poochhe nahi koi, Hari ko bhaje so Hari ke hoi” (denk niet aan afkomst en ras, wie Gods naam neemt, is van God)
– Het is onbegrensd, geeft geen geboden of verboden, maar slechts richtlijnen. Ze accepteert een ieder die zich tot haar wendt en ook de mensen die zich van haar af zetten. Het Hindoeïsme is immers niet als een land met landgrenzen, dat wanneer je naar een ander land verhuist je haar verlaat; ze kent geen grenzen.
– Het Hindoeïsme geeft de mens de vrijheid om zijn/haar eigen pad te kiezen.
– Het Hindoeïsme kent niet slechts één heilig boek als absolute waarheid, maar vele dikke pillen aan heilige geschriften als leidraad. Deze boeken geven overigens geen absolute waarheid aan of één vaste weg, maar beschrijven vele wegen van (God)realisatie.
– De Hindoegeschriften beschrijven geen God die losstaat van de mensen, maar een God die in de diepste kern van alle levende wezens zit en daardoor als een ketting is waaraan alle elementen uit de schepping als parels onlosmakelijk aan zijn geregen/verbonden.

Hindoeïsme: een duizenden jaren oude weg naar geestelijke vrijheid
Door Jan Everink

Veel meer dan andere wereldreligies is het Hindoeïsme behalve een ethisch systeem ook een uitgestippelde route tot zelfrealisatie. De meeste hedendaagse methodes voor geestelijke bewustwording vinden hun oorsprong dan ook in de Veda’s, de verzameling heilige boeken van de Hindoe-leer.
Volgens de leer van het Hindoeïsme is de grootste vijand van de mens zijn eigen verstand. In plaats van doelgericht de problemen van het leven tegemoet te treden en tot een oplossing te brengen laat het menselijk denkvermogen zich veelal gemakkelijk afleiden en op een dwaalspoor brengen.
Door een ethische levenswijze en door mentale oefeningen tracht de naar spirituele vrijheid zoekende Hindoe controle te verwerven over zijn denkprocessen, om zo de onbegrensde mogelijkheden van zijn hogere ik te ontdekken en te realiseren.

Doelbewust leven
De oudst bekende geschriften van India, en in feite van de mensheid, zijn de Veda’s. Schattingen spreken over een ouderdom van 8000 jaar, en volgens sommige geleerden bestaat een aantal van deze uitgebreide verzameling heilige teksten zelfs nog langer.
Het gedeelte waarin de filosofische inzichten worden beschreven, de Upanishads, is echter relatief jong. Dit deel werd 3000 tot 5000 jaar geleden op schrift gesteld. In de Upanishads worden de metafysische achtergronden van het Hindoe-pad naar geestelijke bevrijding in bloemrijke bewoordingen uiteengezet.

Dit pad bestaat vooral daaruit dat de chaotische maalstroom van gedachten tot zwijgen wordt gebracht, en dat er een doelgerichte denkkracht voor in de plaats komt. Omdat doelbewustheid zo belangrijk is onderscheidt het Hindoeïsme vier soorten strevingen in de mens, die alle kunnen helpen om weer doelgericht in het leven te staan. Deze vier fundamentele intenties zijn: plezier, succes, plicht en zelfrealisatie. Ieder mens heeft zijn eigen sterke verlangens en strevingen en deze kunnen meestal in één van deze vier categorieën worden thuisgebracht. Elk van deze categorieën kan worden beschouwd als een niveau van geestelijke ontwikkeling.

Volgens de Hindoe-leer zal iemands verlangen zich pas ten volle op een hoger niveau kenbaar maken nadat hij of zij de beperkingen van het lagere niveau werkelijk heeft ondervonden. Daarom wordt een levensgenieter niet streng aangemaand tot een meer serieuze attitude, doch aangeraden zo rationeel mogelijk, maar wel op ethische wijze, de plezierige dingen in het leven binnen zijn bereik te brengen.

Plezier en succes niet afwijzen
In tegenstelling tot wat in het Westen vaak wordt gedacht zegt het Hindoeïsme niet dat iemand die naar geestelijke bevrijding zoekt moet afzien van alle lichamelijke genietingen. Een hedonistische levenswijze wordt niet principieel afgekeurd, en daarom kan de Hindoe-gelovige vaak veel meer van het leven genieten dan veel Westerlingen, die bij elk pleziertje het gevoel hebben iets zondigs te doen.

Prof. Huston Smith schrijft in zijn bijzonder informatieve boek “The Religions of Man”: “Verre van het plezier af te keuren vloeien de Hindoe-teksten over van aanwijzingen hoe men het zoveel mogelijk kan doen toenemen.”
De Westers mens is doorgaans zo druk bezig met het najagen van succes dat er voor plezier in het leven nauwelijks tijd overblijft. Plezier hebben betekent in het Westen vaak “uit de band springen”, waarbij matigheid en fatsoen uit het oog worden verloren, met als gevolg dat het plezier al gauw in zijn tegendeel verkeert. Bij de Hindoe daarentegen gaat een hedonistische levenswijze nooit ten koste van zijn religieuze ethiek, zoals die onder meer tot uiting komt in verschillende gebruiken en plichten.

Tot deze plichten behoren bijvoorbeeld het dagelijks opzeggen van bepaalde gebeden, het lezen van religieuze teksten, het uitvoeren van bepaalde ceremoniën, een gastvrije bejegening van bezoekers, en zorg voor ouders en ouderen. Ook schrijft de Hindoe-religie voor dat geen onnodig leed of schade wordt berokkend aan dieren en planten.

Hoewel het Hindoeïsme de houding van levensgenieter niet afkeurt wordt gewezen op het onvermijdelijke moment dat het najagen van plezier niet meer weet te boeien. Dit moment komt sneller dan men denkt, en dan vraagt het Hindoeïsme aandacht voor de tweede categorie doelstellingen die de geest kunnen helpen doelgericht te worden: het op eerlijke wijze streven naar materieel succes, naar rijkdom, roem en/of macht. Maar ook dit streven naar materiële voorspoed, dat voor de Westers mens zo herkenbaar is, zal op langere termijn geen voldoening schenken. Wie zijn materiële doelen weet te bereiken zal steeds vaker merken dat zijn levensgeluk daarmee niet evenredig toeneemt. Hij of zij zal zich opnieuw gaan vervelen en naar een beter levensdoel gaan zoeken.

Plichtsbetrachting
Zodra de gelovige Hindoe heeft vastgesteld dat lichamelijke genietingen en materieel succes als zingeving uiteindelijk zeer gelimiteerd zijn staat hij of zij open voor de ontdekking van een veel belangrijker motiverende kracht: de plicht. Hij kan dan besluiten zijn leven in dienst te stellen van de medemens. Door zichzelf onbaatzuchtig in te zetten voor zijn gezin, zijn buurt, zijn bedrijf, zijn land, de mensheid, en ten slotte het gehele universum zal het chaotische denken tot zwijgen worden gebracht en zal de wijsheid van Atman, van zijn hogere zelf, hem steeds moeiteloos doen inzien hoe hij moet handelen.

Plichtsbetrachting is voor de Hindoe dus niet slechts een ethisch gebod, doch tevens een hulpmiddel om de geest doelgericht te maken. Want doelgerichtheid is een conditio sine qua non voor het bereiken van geestelijke vrijheid, zegt de Hindoe-leer. Wie geen enkel doel nastreeft zal nooit beseffen hoe zijn verstand hem heel vaak verkeerd adviseert. Door in plaats van de relevante problemen aan te pakken steeds af te dwalen leidt het ongedisciplineerde verstand tot pijn in plaats van plezier, tot machteloosheid in plaats van succes, tot chaos in plaats van geluk.

Dit belangrijke inzicht groeit alleen bij een doelgerichte levenshouding, en daarom kan alleen vanuit een dergelijke attitude het intense verlangen opwellen tot rigoureuze verbetering van het denken. Als dat verlangen sterk genoeg is zal de Hindoe regelmatig door middel van raja yoga, een zeer oud systeem van mentale oefeningen, trachten het denken eerst stil en daarna beheersbaar te maken.

Door dat te doen breekt tevens het inzicht door dat er nog een veel hoger doel mogelijk is, een ideaal dat nog vele malen sterker weet te motiveren dan plichtsbetrachting.

Samadhi
Deze uiteindelijke doelstelling is de volkomen realisatie van het hogere ik, een staat die door de Hindoe wordt aangeduid als Samadhi. Het is de ultieme geestelijke bevrijding, de versmelting van de individuele ziel met God, ofwel de éénwording van Atman met Brahman. De Hindoe die tot het inzicht is gekomen dat dit het uiteindelijke doel is waartoe al het voorgaande slechts voorbereidingen waren, zal zijn hele leven inrichten om dit ene doel te bereiken.

Het mysterie dat doorgrond moet worden is dat Atman, de individuele ziel, niet wezenlijk verschilt van Brahman, van de alwetende en almachtige God, die alle ruimte en tijd te boven gaat. De Mundaka Upanishad zegt over Brahman: “Het Eeuwigdurende is zonder vorm, zonder geboorte, zonder adem, zonder gedachte, het is boven alles, buiten alles, binnen in alles.”

Raja yoga brengt discipline in de gedachtenwereld, en daardoor hoopt de gelovige Hindoe tenslotte volkomen te gaan begrijpen dat er geen afstand is tussen hemzelf en God, tussen Atman en Brahman.

Vaak wordt gemeend dat het met gesloten ogen in de lotushouding zitten het wezenlijke van raja yoga is. In werkelijkheid is de lichaamshouding slechts van ondergeschikt belang, en gaat het veel meer om het bereiken en handhaven van “mentale stilte”, een toestand van ontspannen geestelijke alertheid. Dergelijke geestelijke ontspanning kan ten slotte leiden tot de zozeer begeerde spirituele staat van volkomen begrip en vrijheid die Samadhi wordt genoemd.

Naast raja yoga zijn er nog drie andere wegen om het denken te zuiveren van vooroordelen, chaotische sprongen en irrelevante gedachten. Deze drie routes, die eigenlijk drie manieren van leven zijn, worden aangeduid als jnana yoga, bhakti yoga en karma yoga. Deze levenswijzen komen overeen met de drie belangrijke karaktertypen die bij mensen worden aangetroffen. Jnana yoga is het meest geschikt voor intellectuelen, bhakti yoga voor emotioneel geaarde mensen, en karma yoga voor zeer actieve mensen. Alledrie wegen leiden naar het inzicht dat het beperkte lichamelijke ik onbelangrijk is en plaats moet maken voor het hogere ik, ofwel Atman, een oneindig krachtig en begrijpend wezen dat kan beschikken over alle herinneringen van vele vroegere incarnaties.

Ethische levenswijze
De vier wegen naar Samadhi dienen volgens de Hindoe-leer aanvankelijk alle bewandeld te worden, waarna blijkt dat één ervan het beste bij iemands karakter past. Deze keuze-vrijheid in geloofszaken is typerend voor de Hindoe-religie. Ook ten opzichte van andere godsdiensten wordt een grote tolerantie en zelfs waardering tentoongespreid. Zoals men bij het beklimmen van een berg op veel plaatsen aan de voet kan beginnen, terwijl er ten slotte toch slechts één top te bereiken is, zo kunnen verschillende religies naar de ene waarheid leiden, zegt de Hindoe-leer.

Ook vandaag de dag putten miljoenen Hindoes dagelijks hoop uit de duizenden jaren oude wijsheid van de Veda’s. In Nederland wonen naar schatting 130.000 Hindoes, waarvan er vele in de periode 1965 tot 1985 vanuit Suriname naar ons land kwamen. Deze mensen zijn veelal nakomelingen van de Calcatia’s, Hindoes die aan het eind van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw vanuit Calcutta in India naar het Caraïbische gebied trokken. Overeenkomstig hun filosofische en ethische principes hechten de Nederlandse Hindoes veel waarde aan de groei van grotere verdraagzaamheid tussen de verschillende culturele en geestelijke stromingen in ons land. Het ideaal van de multiculturele samenleving ligt hen na aan het hart.

Het Hindoeïsme heeft een buitengewoon rijke traditie op het gebied van religieuze gebruiken en ceremoniën. Wie echter zonder enige kennis over de filosofische achtergronden van deze erediensten in de Hindoe-tempels, ofwel Mandirs, waarvan er ook diverse in Nederland zijn, getuige is zal de diepere zin ervan waarschijnlijk niet onmiddellijk vatten. Ook de luisterrijke gewijde handelingen en gebruiken in de huiselijke omgeving zeggen zonder toelichting weinig over de boeiende en leerzame metafysische achtergronden van het Hindoeïsme. Naar aanleiding van de eerbewijzen die worden gebracht aan de verschillende Goddelijke personages en symbolen wordt bijvoorbeeld wel eens beweerd dat het Hindoeïsme een polytheïstische godsdienst is. Ten onrechte, want elk van deze voorstellingen betreft slechts een bepaald aspect van Brahman, van de Ene Al-omvattende God, van wie men zich geen voorstelling kan make

Bisnoe
Namashkaar Pandit ji,

Tijdens een Mundan ( Muran ) wordt er bij een baby het hoofdje kaalgeschoren.
Ik vraag mij af wat de precieze betekenis hiervan is en waarom het overige lichaams haar van een baby dan ook niet meteen wordt weg gehaald.

Zoals wenkbrauwen e.d. ? Of is er alleen één speciale betekenis voor het haar op het hoofd van een baby?

Zo niet, ik kan het begrijpen dat je niet meteen een hele baby gaat scheren, maar als er een betekenis achter zit dan zou dit echter wel moeten. Wanneer er alleen symbolisch haar moet worden weg gehaald, kan men toch ook een stukje van het haar afknippen dan meteen radicaal weg scheren?

Beste Shruti,
De mundan sanskaar (verbasterd ‘moeran?) is de achtste sanskaar vande 16 sanskaars die we in de Geschriften terugvinden. Deze sanskaars hebben de wijze Rishi?s aan de mens voorgeschreven.
Elke sanskaar is praktisch en heeft een symbolisch maar vooral een maatschappelijk en functioneel karakter. Ze hebben als doel het individu op een hoger niveau te zuiveren, te beschermen, te zegenen en de ontwikkeling van een goed karakter te stimuleren. De sanskaars bevorderen dus de lichamelijke, morele, intellectuele en spirituele ontwikkeling van lichaam en geest en kunnen hierom betiteld worden als zeer krachtige en heilige sacramenten.
Bij de mundan (wat letterlijk ‘kaalscheren? betekent) staat in beginsel het zuiveren van de foetale gebreken centraal. Deze sanskaar dient in het eerste of derde levensjaar te worden voltrokken. Het is hiermee de eerste keer dat het hoofdhaar van het kind wordt kaalgeschoren onder begeleidend gezang van vedische mantra?s.
Ik zal hieronder beknopt enkele redenen aangeven waarom de mundan sanskaar wordt voltrokken en betrekking heeft op het hoofdhaar:
1. In het eerste jaar begint het groeien van de tanden en in het derde jaar beginnen de molaren (kies met meer dan twee knobbels op de kroon) te groeien. Deze perioden van tandontwikkeling gaan gepaard met een zwaar gevoel in het hoofd, productie van overmatige lichaamswarmte, opgezwollen tandvlees, een waterige mond, overmatig vochtige ogen, een geïrriteerd humeur en soms zelfs diarree. De grootste druk van deze geleidelijke verandering slaat vooral aan op het hoofd. De mundan sanskaar biedt hierbij verlichting en verkoeling doordat het hoofdhaar wordt verwijderd en het hoofdje met sandelhoutpulp (chandan) wordt ingesmeerd;
2. Haar trekt energie uit het lichaam. Middels de mundan wordt dat broze haar verwijderd zodat het haar zich opnieuw (steviger) kan vastzetten en langer kan groeien, nadat het lichaam de energie gebruikt heeft voor het ontwikkelen van de vitale lichaamsorganen;
3. Wanneer een kind zich in de baarmoeder bevindt, verblijft hij in zijn natuurlijke biochemische omgeving. Het haar, in het bijzonder, absorbeert de vloeistoffen die daar aanwezig zijn en daarom is het nodig dit haar (met een scheermes) te verwijderen;
4. Na drie jaren is de schedel van de baby dichtgegroeid en heeft het broze haar zijn functie voltooid, nl. het beschermen van de schedel. Het broze haar dient hierna te worden verwijderd;
5. Doordat het hoofdje kaal is geschoren wordt het kind meer blootgesteld aan de zon, waardoor de gezonde aanmaak van vitamine D wordt bewerkstelligd;
6. Door het broze haar is het hoofdje van de baby vaak zweterig en jeukerig. De sanskaar maakt deze periode voor het kindje dragelijker door het haar te verwijderen;
7. Volgens Charaka en Sushruta, de grondleggers van de Ayurveda, schenkt het verwijderen van het hoofdhaar kracht, zuiverheid, lange levensduur, vitaliteit en schoonheid van het individu. Zoals eerder genoemd staat deze sanskaar ook bekend als ayushakarma oftewel, ‘datgene wat de levensduur verlengt?;
8. Het kaalscheren en masseren van het hoofdje stimuleert de cellen en bevorderd de bloedtoevoer naar de hersenen;
9. Sommige hindoe?s geloven dat het hoofdhaar gerelateerd is aan de negatieve karmische daden uit vorige levens. Opdat het kind met een schone lei kan beginnen en zo min mogelijk negatieve resultaten zal ondervinden uit vorige levens, wordt het hoofdje geschoren en tekent men er, met wat sandelhoutpulp, een AUM of Svastikaa op.
In vroegere tijden was het de vader die het kind zelf schoor. Later werd het scheren overgedragen aan een ‘napita? of ‘naayi?: diegene die verstand heeft van het scheren. In de Surinaamse traditie was het voornamelijk de hulppandit (naauw) die het scheerwerk deed. Tegenwoordig is het zo, dat een ieder die verstand heeft van kaalscheren, dat ook kan doen.
Noot: Ook in andere tradities en religies zien we soortgelijke rituelen ten aanzien van het verwijderen van het hoofdhaar. In de Islam staat dit bekend als de ‘aqiqa?, en dient het voltrokken te worden op de 7e dag na de geboorte van het kind. Ook voor het voltrekken van de Haji wordt het hoofdhaar van mannen geschoren uit reinheidsoverwegingen.
Bij joodse jongens wordt het hoofdhaar verwijderd op hun derde levensjaar middels een ritueel wat bekendstaat als de upasherenish of upasherin.
De apache (verzamelnaam voor Noord-Amerikaanse indianenstammen) ‘vieren? het voor het eerst kaalscheren van hun kinderen tijdens hun derde levensjaar ook met veel muziek en dans.

Namashkaar,
Pt. Ashvan Jajairam

De 16 Vedische Sanskaar met een korte toelichting
Volgens de Veda moet een mens planmatig te werk gaan, goede omstandigheden creëren, goede lichamelijke-, geestelijke- en karakter eigenschappen (helpen) ontwikkelen, regelmatige bijsturing verrichten en veel zorg besteden aan een nog te beginnen leven of aan het reeds geboren kind. Bij de mens wordt de vrouw gezien als de grond, de ontvanger van het zaad.

De man wordt gezien als de schenker van de zaad. Als man en vrouw de wens koesteren om hun gezin te verrijken met een kind; en ze willen natuurlijk dat het kind een gezond en gelukkig kind wordt, dan zullen ook zij planmatig te werk moeten gaan. Zij zullen in goede harmonie en in overleg met elkaar vele maatregelen moeten bespreken en ook nemen om als goede Vader (zaad) en (Moeder) de basis te leggen voor een gezond kind met goede karakter eigenschappen. Al deze maatregelen kunnen we zien als de basis sanskaars. De vedische griha sanskaars (huishoudelijke zuiveringsrituelen) worden niet gericht op de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, maar worden door de man voor zijn vrouw en kinderen verricht, in specifieke perioden in de ontwikkeling van het kind. De vedische sanskaars, beginnend bij garbhadhana (bevruchtingsritueel) en eindigend met het huwelijk van het kind, zuiveren de persoon gedurende progressieve stadia in het familieleven. Twee van deze sanskaars geven een verandering van de aashram (levensorden) weer: upnayan, waarbij het kind een brahmachari (student) wordt, en wiwaah, of huwelijksceremonie waarbij een man een grihastha (huiselijk leven) wordt. Voorts is er de antyesthi (overlijdingsrituelen) die voor iedereen worden verricht ongeacht familie relaties. Aangezien de sanskaars deel uitmaken van de oorspronkelijke oertraditie, zouden deze vereeuwigd moeten worden voor zowel de materiële als spirituele voorspoed van de mensheid. Daarom zou het uitvoeren van deze sanskaars niet gestopt moeten worden. Volgens de Vedische Geschriften zijn activiteiten in de geaardheid goedheid gunstig om te vorderen op het pad naar bevrijding uit deze materiële natuur. Door middel van sanskaars kunnen we de relatie heiligen tussen: ouders en kinderen, echtgenoot en echtgenote, guru en discipelmensen onderling op deze planeet.

De 16 Sanskaars
1. De Garbhadhaan Sanskaar (conceptie)
Veredeld zaad en (humusrijke) goede grond zijn de eerste voorwaarden voor een goede oogst. Zo zijn goede, gezonde, geestelijk in balans zijnde, in harmonie met elkaar levende echtparen de eerste voorwaarden voor de geboorte van een gezond en gelukkig kind.

2. De Punsawan Sanskaar (ceremonie om moeder en kind te zegenen)
In de tweede of derde maand van de zwangerschap wordt door ouders en familie gebeden om Gods zegeningen voor moeder en kind. Dit gebeurt door middel van het verrichten van een korte godsdienstige ceremonie. De familie moet de moeder in deze periode goed ondersteunen.

3. De Siemantonnayan Sanskaar
Dit is eveneens een ceremonie waarbij ouderen uit de familie samen met het echt-paar wat rituelen verrichten. De bedoeling is om telkens weer goede aandacht en zorg te besteden aan het welzijn van moeder en kind, zodat het kind goed en ge-zond kan blijven groeien en ontwikkelen.

4. Jaatkarma Sanskaar (bij en direct na de geboorte)
Hier verricht de vader de ceremoniën. Even voor de bevalling wordt op het lichaam van de vrouw onder het uitspreken van mantra?s water gesprenkeld. De vader gaat bidden met enkele mantra?s en een klein vuuroffer verrichten.

5. Naamkaran Sanskaar (naamgeving)
Er zijn twee soort namen die aan het kind worden gegeven. Volgens wettelijk voorschrift moet de geboorte binnen enkele dagen worden aangemeld om te worden opgenomen in de bevolkingsadministratie van de gemeente waar men woont. Dat is de officiële naam waaronder het kind overal bekend zal zijn en die op zijn paspoort zal staan. Daarnaast hebben de Sanatanies een speciale naam; een soort geheime naam die alleen de ouders (en als de ouders dat willen ook de grootouders) en het kind zelf zullen kennen. Bij de keuze van de voornamen zijn de ouders vrij. De geheime naam, die Rashie  naam wordt genoemd, wordt gegeven door de priester.

6. De Nieskraman Sanskaar (kennismaking met de natuur en planeten)
Deze sanskaar vindt plaats op de derde dag van de derde lichte maanperiode na de geboorte of in de vierde maand op de datum van de geboorte van het kind. De bedoeling is om het kind overdag kennis te laten maken met de zon als verschaffer van de energie, de planeten, met de natuur en ?s avonds kennis te laten maken met de maan. Nadat het kind is gebaad en aangekleed verrichten vader en moeder alleen of samen met de pandit een korte gebedsceremonie.

7. Annaprashna Sanskaar
Wanneer het kind zover is dat het vast voedsel kan verwerken, dan wordt eerst een ceremonie verricht en gebeden. Men kookt rijst met ghee of rijst met yoghurt, ghee en honing. Samen met de pandit wordt middels voorgeschreven mantra?s een vuuroffer verricht. Daarna krijgt het kind voor de eerste keer in zeer kleine porties enige hapjes van de rijst te eten. Ondertussen bidden de pandit en andere aanwezigen de voorgeschreven mantra?s.

8. Churakarma of Muran Sanskaar
Bij deze sanskaar wordt voor de eerste keer het hoofd van het kind kaalgeschoren. Het vindt plaats in het eerste of derde jaar. Maar om diverse praktische redenen gebeurt het ook in de derde of in andere oneven maanden. Het scheren van het hoofdhaar gebeurt om diverse redenen.

9. De Karnawedh Sanskaar
Met het verrichten van religieuze ceremoniën worden bij alle kinderen gaatjes geprikt in de oorlellen. Vroeger droegen jongens ook oorbellen in de oren (bala?s).

10. De Upnayan Sanskaar
Deze sanskaar is bij de mensen beter bekend als de Djanew Sanskaar. Het is een inwijdings sanskaar waardoor het kind een volwaardig lid wordt van de Hindoe gemeenschap. Hierdoor wordt hij tevens in staat gesteld om op latere leeftijd ook als Hindoe priester zijn gemeenschap te dienen.

11. De Widdyarambh of Wedarambh Sanskaar
In feite is de jagyopwiet Sanskaar de voorloper van deze sanskaar, omdat de guru zijn leerling daarin aangeeft om dagelijks zijn leven met de Veda mantra te beginnen. Veda betekent weten, kennen, widya.

12. De Samaawartan Sanskaar
Na het afsluiten van zijn studie op ongeveer 25 jarige leeftijd (men gaat ervan uit dat hij dan op universitair niveau is gevormd) neemt de student afscheid van zijn guru. Met een plechtigheid en gebed wordt de studietijd afgesloten. De leerling geeft een geschenk aan de guru als dank. Soms vraagt de guru om een belofte die hij moet waarmaken.
13. De Wiwaah Sanskaar (het huwelijk)
In feite is na de Mundan Sanskaar de Wiwaah Sanskaar thans de bekendste sanskaar

De Barchekay
Dit is de ceremoniële verloving. In het Sanskriet wordt het Waakdaan (het geven van het woord) genoemd. Hierbij komt de vader van de bruid met enkele naaste familieleden naar het (ouderlijk) huis van de bruidegom. Hij heeft geschenken meegenomen voor zijn aanstaande schoonzoon.

Tilak Sanskaar
Een week voor de vastgestelde datum van het huwelijk vindt de Tilak Sanskaar plaats. Tegenwoordig is dat meestal twee dagen voor het huwelijk.

Bhatwaan
Bij beide partijen vindt thuis een religieuze plechtigheid plaats waarbij de ouders samen met hun zoon of dochter bidden tot God en de Koeldewta (persoonlijke God van hun geslacht) om het nieuwe echtpaar te zegenen en uiteraard ook de hele familie en het gezin te zegenen.

Kunvarpan Utarna
Bij beide partners vindt eerst een ritueel plaats die wij Kunvarpan Utarna (het beeindigen van het jongelingschap) noemen. Hierbij krijgen 5 of 7 ongehuwde (kun-war) jongens en of meisjes khier (rijstebrij) te eten.

Wiwaah Sanskaar
Het huwelijk wordt voltrokken door de pandit.

14. De Waanprasth Sanskaar
Het gezinsleven begint langzamerhand een andere wending aan te nemen wanneer de wat oudere kinderen een deel van de zorgtaken voor hun jongere broers en zussen op zich kunnen nemen om zo hun ouders een beetje te ontlasten.

15. De Sanyaas Sanskaar
Na zijn krachten te hebben gegeven voor het welzijn van de gemeenschap bereikt het lichaam een punt waarop lichamelijke inspanning, het verplaatsen enz. steeds moeilijker wordt. Het punt is dan bereikt om zich volledig terug te trekken van de materiële wereld.

16 De Antyesthie Sanskaar
Dit is de laatste Sanskaar waarbij het lichaam weer wordt teruggegeven aan de vijf elementen waaruit het lichaam is opgebouwd. De bedoeling van het leven moet zijn om zo te leven dat wij het lichaam ook in goede, reine staat, dus niet bezoedeld met zonden en wandaden, kunnen teruggeven aan God die ons dit leven gaf en het lichaam voor enige tijd ter beschikking had gesteld.

Bhakti-Gyan-to-Shabri     

Reacties zijn afgesloten.

↓